Orthopedisch > Totale heup operatie
Totale heup operatie
Het heupgewricht wordt gevormd door de heupkom (acetabulum)
en de kop van het dijbeen (caput femoris). Caput femoris is via de femurhals
verbonden met de schacht van het dijbeen (fig.1). Een totale heup prothese
wil zeggen dat zowel caput femoris als het acetabulum worden vervangen
door een prothese. Wanneer er sprake is van een vergaande slijtage of fractuur
van de heup bij een oudere patiënt wordt een totale heupprothese overwogen.
Bij
de operatie wordt het caput femoris verwijderd en in de heupkom wordt een
kom van kunststof geplaatst. Hierna wordt in het dijbeen een metalen pen geplaatst
waarop de kop is gefixeerd, die precies in de kom past. Het hele heupgewricht
Figuur 1
wordt
dus vervangen door een kop en kom die precies in elkaar passen.
Er
zijn op dit moment twee soorten heupprothesen; de zogenaamde ongecementeerde
en de gecementeerde prothese. Bij de ongecementeerde heup wordt de prothese
in het bot vastgeslagen tijdens de operatie, waarna deze vervolgens vastgroeit.
Bij de gecementeerde heup wordt de heupprothese met behulp van cement in het
bot vastgezet. Afhankelijk van de leeftijd en de kwaliteit van het bot, wordt
gekozen voor de gecementeerde of ongecementeerde prothese.
Symptomen
De
meest voorkomende klacht bij slijtage van het heupgewricht is pijn. De pijn
kan gevoeld worden in de lies, in de bilstreek of in het bovenbeen, en soms
zelfs alleen maar in de knie. Verder wordt het gewricht steeds stijver. Er
is vaak sprake van startpijn en stijfheid bij het opstaan. De pijn is meestal
knagend, maar verergert door bewegen en het is moeilijk voor de patiënt om
te lopen en bukken. Fietsen is vaak nog wel goed mogelijk. Bij reuma bestaat
er naast deze klachten, ook stijfheid ‘s ochtends bij het uit bed komen.
Oorzaken
Er
kunnen verschillende oorzaken zijn voor een gewrichtsslijtage. De meest voorkomende
oorzaak is artrose. Dit is een aandoening waarbij het kraakbeen afslijt. Wanneer
het kraakbeen volledig is afgesleten ontstaat er een schurend effect van het
onderliggende bot. En dat veroorzaakt de pijnklachten bij het stappen en startpijn.
Een
andere mogelijke oorzaak is avasculaire heupnecrose. Op een bepaald ogenblik
is er een deel van het caput femoris, dat een verminderde bloedtoevoer krijgt
en afsterft. Het bot verzwakt zodanig dat het caput femoris inzakt en vervormt
en uiteindelijk ook de rest van het gewricht aantast. Deze aandoening komt
meer voor bij overmatig alcoholgebruik, langdurig cortisone gebruik, bepaalde
chemotherapiebehandelingen, heupfracturen en luxaties van de heup.
Bij
kinderen kan bij de geboorte een congenitale heupluxatie vastgesteld worden.
Hierbij past de bol van de heup niet goed in de kom, waardoor een abnormale
beweeglijkheid en kracht op treedt de heup en geeft deze aanleiding tot een
ernstige en vroegtijdige slijtage.
Ook
kan het kraakbeen van het heup gewricht aangetast zijn door reuma.
Voor
de opname in het ziekenhuis wordt de patiënt meestal poliklinisch onderzocht
door de internist en soms door de longarts of de cardioloog. Verder wordt
bloed- en urine onderzoek verricht en wordt een E.C.G.(hartfilmpje) en een
longfoto gemaakt. Dit is nodig om de patiënt lichamelijk zo goed mogelijk
op de operatie voor te bereiden en zo de kans op problemen zo klein mogelijk
te maken. Soms schrijft de specialist vóór de operatie fysiotherapie voor
om de patiënt al met krukken te leren lopen.
Operatie
Samen
met de anesthesist kan de patient beslissen of hij/zij een volledige of plaatselijke
verdoving krijgt. Meestal wordt een algemene verdoving aanbevolen. Na het
ontsmetten en afdekken wordt de incisie gemaakt. Het kapsel rond de heupkop
wordt verwijderd en de heupkop wordt afgezaagd. Daarna wordt al het zieke
kraakbeen uit de heupkom verwijderd en vervangen door een nieuwe kom uit metaal
en polyethyleen. Hierna wordt in het bovenbeen een metalen pen geplaatst waarop
de kop is gefixeerd, die precies in de kom past. Het hele heupgewricht wordt
dus vervangen door een kop en kom die precies in elkaar passen. Er zijn verschillende
soorten heupprothesen waarbij het belangrijkste verschil bestaat uit de manier
van vastzetten. De orthopedische chirurg bepaalt in overleg met de patiënt,
of er een prothese wordt geplaatst welke met cement of zonder cement (cementloos)
wordt vastgezet.
Tijdens
en soms ook enige dagen na de ingreep krijgt de patiënt antibiotica om de
kans op infectie te verkleinen. De operatie duurt één á twee uur.
Na de operatie gaat de patiënt naar de uitslaapruimte waar gedurende de eerste
uren intensieve bewaking en controle plaatsvinden. Soms treedt na de ingreep
misselijkheid op. Als de situatie van de patiënt voldoende stabiel is, wordt
deze teruggebracht naar de verpleegafdeling. Het litteken zit aan de zijkant
of achterkant van de heup en is ongeveer 20 cm lang. Na de operatie kan de
patiënt enige dagen pijn hebben, maar hiervoor wordt goede pijnstilling gegeven.
Na de operatie heeft de patiënt een infuus en bij de wond zit een slangetje
om bloed en wondvocht af te voeren. Daarnaast is er soms tijdelijk een blaaskatheter
nodig. De eerste dag na de operatie wordt begonnen met revalideren.
Nabehandeling
De
fysiotherapeut begeleidt de patiënt bij de oefeningen in bed en bij het weer
leren lopen. Afhankelijk van de soort nieuwe heup mag u uw heup meer of minder
belasten. De opnameduur varieert van 10 tot 14 dagen. De patiënt mag ervan
uitgaan dat hij dan weer met krukken kan lopen. Om de patiënt eventueel verder
te begeleiden wordt na ontslag soms fysiotherapie voorgeschreven. Na de operatie
krijgt de patiënt meestal medicijnen om trombose te voorkomen. Er moet regelmatig
bloed geprikt worden om de stolling te controleren. Deze bloedverdunnende
medicijnen dient de patiënt tot 3 maanden na de operatie te gebruiken. Ongeveer
2 maanden na de operatie komt de patiënt op de polikliniek bij de behandelende
arts op controle.
Behandeling van de fysiotherapeut
Het
is heel erg van belang dat de patiënten zo snel mogelijk weer gaan bewegen
om een goed verlopend herstel op gang te krijgen. De fysiotherapeut begint
dan ook meteen met het revalideren van de patiënt en leert hem lopen met een
looprekje en dan met krukken. De fysiotherapeut laat zien wat de beste en
de veilige manier is om in en uit bed te stappen en verder wordt de patiënt
geleerd hoe hij het beste kan gaan liggen, zitten, opstaan, staan en lopen.
Door de gevolgen van bijvoorbeeld artrose in het gewricht of de operatie,
zijn de bewegingen in de heup beperkt, en de kracht afgenomen in de spieren.
Er is sprake van een verstoorde balans en coördinatie bij de patiënt en in
de meeste gevallen is het uithoudingsvermogen en de conditie bij de patiënten
afgenomen. Er is tevens sprake van een luxatie gevaar door de operatiewond.
Dit zijn allemaal verschillende aangrijpingspunten waarbij fysiotherapie van
belang is. De fysiotherapeut werkt naast het begeleiden en adviseren van de
patiënt na de operatie ook aan het vergroten van de mobiliteit in de nieuwe
heup en vergroten van de kracht en de coördinatie in de spieren rondom het
gewricht. Verder zorgt de fysiotherapeut voor vergroten van balans en stabiliteit
tijdens het lopen met hulpmiddelen, verbeteren van algemeen conditie en geeft
de patiënt advies over de juiste manier en volgens de juiste mate van belasting
van het belasten van het geopereerde been tijdens het functioneren in het
dagelijkse leven. De fysiotherapeut licht de patiënt verder goed in dat hij
niet mag bukken en absoluut niet meer dan 90° buiging mag maken in de heup.
Hij maakt de patiënt ook alert dat hij de combinatie bewegingen; buiging (flexie)-
naar binnen toe draaien (endorotatie), been naar zich zelf toe bewegen (adductie)
moet vermijden, om een eventuele luxatie gevaar te beperken.
Copyright Pharmeon BV 2005