Kinderfysiotherapie > Ziekte van Duchenne
Duchenne
spierdystrofie is een ernstige erfelijke spierziekte die de spieren aantast en
verzwakt. De eerste verschijnselen zijn dikwijls al zichtbaar voor het tweede
levensjaar.
Het
begint doorgaans met verzwakking van de beenspieren en armspieren. Dit breidt
zich uit naar de ademhalingsspieren en uiteindelijk naar de hartspier. De
leeftijdsverwachting is dan ook erg laag, ongeveer 18 jaar.
Ongeveer
één op de 4000 jongens, onafhankelijk van hun etnische afkomst, wordt geboren
met deze ziekte, die veroorzaakt wordt door een mutatie of beschadiging van het
Duchenne- of dystrofine gen.
Symptomen
Kinderen met Duchenne gaan vaak laat lopen,
meestal pas na achttien maanden. Omdat de beenspieren niet goed functioneren,
hebben ze moeite met opstaan vanuit hurkzit of vanaf de grond. Ze duwen hun
lichaam omhoog door zich met de handen op de bovenbenen af te zetten. Later
blijkt al snel een motorische achterstand. Hardlopen en traplopen gaan
moeizaam. Opvallend is ook dat ze vaak met de buik naar voren en een holle rug
staan en lopen. Zij lopen waggelend en hebben meestal, door het op de tenen
lopen, spitsvoeten. De kuiten voelen hard aan en zijn dikker dan normaal.
De spieren van vooral de bovenbenen en later ook de bovenarmen zijn zwak en het
uithoudingsvermogen is beperkt. In de loop der jaren neemt de spierkracht af en
de meeste kinderen hebben tussen hun achtste en twaalfde jaar een rolstoel
nodig.
Vanaf deze leeftijd ontstaan dikwijls
contracturen, dit zijn afwijkingen in de standen van de gewrichten. De
gewrichten, eerst in de benen maar later ook in de ellebogen en schouders,
kunnen niet meer goed bewegen. Ook de rug kan vergroeien (scoliose).
Een deel van de kinderen met Duchenne
spierdystrofie heeft ook een achterstand in de geestelijke ontwikkeling.
Uiteindelijk worden de ademhalingsspieren en de hartspier aangetast. Rond het
twintigste levensjaar kunnen patiënten vaak niet meer zonder ondersteuning
ademen.
Hoewel de ziekte wordt overgedragen op jongens, kunnen de personen die het gen
met zich meedragen (circa 20%) ook in lichte mate klachten hebben, zoals
spierkramp na inspanning. Soms komen ook hartspierproblemen voor.
Prenataal
onderzoek naar Duchenne is meestal mogelijk. Bij een draagster kan met behulp
van een vlokkentest tussen de tiende en dertiende week van de zwangerschap
aangetoond worden of de vrucht mannelijk is en vervolgens of er een afwijking
in het dystrofine-gen is.
Oorzaken
Ongeveer één op de 4000 jongens, onafhankelijk van hun
etnische afkomst, wordt geboren met deze ziekte, die veroorzaakt wordt door een
mutatie of beschadiging van het Duchenne- of dystrofine gen. Het dystrofine gen
is gelokaliseerd op het X-chromosoom. Op dit chromosoom bevind zich de
genetische informatie die nodig is om het eiwit dystrofine te vormen. Jongens
hebben in alle lichaamscellen naast hun Y-chromosoom slechts één X-chromosoom.
Hierdoor kan een beschadiging op het X-chromosoom niet gecompenseerd worden.
Vrouwen hebben echter twee X-chromosomen in al hun lichaams- of somatische
cellen. Hierdoor kan een intacte dystrofine-gen op het ene X-chromosoom
compenseren voor het beschadigde gen op het andere X-chromosoom. Hierdoor
hebben vrouwen, zelfs als zij een beschadigd dystrofine gen hebben, meestal
geen klinische symptomen. Dit betekent dat Duchenne Spierdystrofie wordt
overgeërfd op X-chromosomale geslachtsgebonden (recessieve) wijze en de ziekte
naar de volgende generatie overgebracht kan worden door een moeder die geen
klachten heeft, de zogenaamde genetische draagster.
Een
fout in het dystrofine-gen op het X-chromosoom veroorzaakt een tekort van het
eiwit dystrofine in de spiercelwand. Dit eiwit geeft de spieren veerkracht en
stevigheid. Zonder dystrofine beschadigen de spiercellen en sterven ze op den
duur af. Ze verdwijnen en er komt bindweefsel voor in de plaats. Duchenne
spierdystrofie wordt dus via de moeder overgedragen. Zonen van een draagster
hebben 50% kans op de aandoening, dochters hebben 50% kans om draagster te
worden. In 30% van de gevallen treedt de aandoening spontaan op waarna deze
weer kan worden overgedragen.
Verloop van de ziekte van Duchenne
De
prognose voor Duchenne patiënten, d.w.z. zijn toekomstige leven, hangt in
belangrijke mate af van zijn ademhalingsfunctie. De spieren die nodig zijn voor
de in- en uitademing worden door de ziekte aangetast en ook afwijkingen in de
wervelkolom leiden tot ademhalingsproblemen. De gevolgen zijn slaapstoornissen
en luchtweginfecties die tot kritieke situaties kunnen leiden. De kans op een
longontsteking wordt groter en de kans op aandoeningen aan het hart zoals een
hartblok of hartfalen eveneens. De meeste patiënten overlijden dan ook als
jongvolwassene als gevolg van ademhalingsstoornissen.
De ouders en hun zoon dienen de symptomen te herkennen en moeten, zo nodig,
onmiddellijk contact opnemen met de deskundigen om met ademhalingsondersteuning
te beginnen. Het disfunctioneren begint met symptomen van nachtelijk
hypoventileren, slapeloosheid, nachtmerries, rusteloosheid, herhaald wakker
worden tijdens de nacht, hoofdpijn in de nacht en ochtend, vermoeidheid overdag
en slaperigheid, afname van intellectueel presteren, geen eetlust,
gewichtsverlies, vaak ademhalingsinfecties en hartritmestoornissen.
Behandeling
Duchenne
spierdystrofie is nog niet te genezen, het verloop van de ziekte is onomkeerbaar.
De behandeling is vooral gericht op het bestrijden en verlichten van de
verschijnselen. Van prednison is een positief effect op de spierkracht
beschreven. Dit middel wordt meestal voorgeschreven vanaf het moment dat er
sprake is van duidelijke klachten en mits er goede controle is op eventuele
bijwerkingen.
Kinderen worden behandeld vanuit revalidatiecentra die gespecialiseerd zijn in
spierziekten. De behandeling is gericht op het stimuleren van de ontwikkeling,
lichamelijk en psychosociaal. Een revalidatiearts coördineert de behandeling en
kan daarbij verschillende deskundigen inschakelen zoals een fysiotherapeut,
ergotherapeut, logopedist, maatschappelijk werker of diëtist.
Soms worden patiënten geopereerd aan een verkromming van de wervelkolom. Als de
ademhalingsspieren verzwakken, kan de ademhaling ´s nachts kunstmatig worden
ondersteund door beademing via een neuskap of in een later stadium door
permanente beademing via een gaatje in de luchtpijp (tracheostoma). Ook
regelmatige controle van het hart, in principe één keer per jaar vanaf de
leeftijd van tien jaar, is aangewezen. Als er afwijkingen ontstaan, kan al
voordat er symptomen zijn, worden gestart met behandeling ter ondersteuning van
het hart.
De
behandeling van de fysiottherapeut
Hoewel
er geen consensus bestaat over het belang van fysiotherapie voor jongens met
Duchenne spierdystrofie kan fysiotherapie een vertragende invloed hebben op het
ontwikkelen van spierzwakte en verkortingen. Bovendien is fysiotherapie nodig
om een goede balans te ontwikkelen en het kind aan te moedigen tot nieuwe
activiteiten. Fysiotherapie kan alleen effect hebben zolang de gewrichten zich
vrij in alle richtingen kunnen bewegen en zolang de antagonistspieren niet
verkort zijn. Reeds in deze vroege fase, bij een leeftijd van 4 tot 5 jaar,
komen lichte beperkingen in het bewegingsbereik van de gewrichten aan het
licht. Heup-, knie- en enkelgewrichten kunnen niet langer normaal worden
gestrekt en heupadductie wordt enigszins beperkt, d.w.z. de benen kunnen niet helemaal
worden gesloten.
Verder
stimuleert de fysiotherapeut de lichaamsactiviteit van het kind en het zoveel
mogelijk zelfstandig functioneren in de algemene dagelijkse behoeften.
Voor meer uitgebreide informatie
verwijzen wij u naar:
Copyright Pharmeon BV 2005