
De
ruggengraat (wervelkolom) vertoont normaal een aantal bochten. In de
halswervels zit een bocht naar voren (cervikale lordose), in de borstwervels
een bocht naar achteren(thorocale kyfose), in de lendewervels weer een bocht
naar achteren (lumbale lordose) en in het staartbeen weer een bocht naar voren
(sacrale kyfose).
Deze kyfose of lordose kunnen soms abnormaal versterkt zijn zonder dat ze
klachten geven.
Bij
een scoliose is een zijdelingse verkromming van de ruggengraat (wervelkolom).
Er
bestaan twee soorten scoliose, een functionele en een structurele scoliose.
Een
functionele scoliose is het gevolg van een houdingsfout en is vrijwel altijd te
corrigeren. Het kan o.a. voorkomen bij beenlengteverschillen. Wanneer het een
been langer is dan het andere kan het bekken gaan kantelen. Hierdoor neem de
wervelkolom een gebogen vorm aan (wanneer beide benen gestrekt zijn). Als men
gaat zitten, dan is de wervelkolom helemaal recht.
Ook
spreekt men van een structurele scoliose. Dat is een scoliose die niet volledig
corrigeerbaar is. Structurele scoliose is weer onder te verdelen in een
scoliose zonder oorzaak (idiopatische) en een scoliose met een aanwijsbare
oorzaak (niet-idiopatische).
Symptomen
Tijdens het onderzoek vertoont een patiënt
met een scoliose de volgende verschijnselen:
Eén schouderblad staat hoger en is
duidelijker aanwezig dan de andere schouder.
Oorzaken
In
80% van de gevallen is de oorzaak onbekend.
Idiopatische
scoliose is het meest voorkomend type met een onbekende oorzaak. Wel is er
sprake van een zekere erfelijkheid. Kinderen van een moeder met scoliose, lopen
zelf ook meer kans op scoliose.
Deze vorm van scoliose treedt meestal op vanaf de puberteit
en komt voor bij 2% à 4% van de kinderen, meer bij meisjes dan bij jongens.
Oorzaken van een niet-idiopatische scoliose:
Het verloop van een scoliose
Scoliose kan niet voorkomen, noch genezen worden. Men kan
alleen proberen om de toestand te stabiliseren en eventueel de afwijking een
beetje te corrigeren.
In 9 op 10 gevallen is een scoliose vrij mild van aard en is
er geen ingrijpende behandeling nodig. Toch is het belangrijk het verloop van
de scoliose vooral tijdens de puberteit goed te blijven volgen. Een controle om
het half jaar is aanbevolen. Tijdens de puberteit kan de afwijking namelijk
verergeren, wat op latere leeftijd weer voor problemen kan zorgen, zoals
ernstige rugpijn, kortademigheid en in de ernstigste gevallen zelfs tot
hartklachten.
Het is moeilijk om de toekomstige ontwikkeling van een
scoliose te voorspellen, maar de leeftijd en het geslacht zijn een belangrijke
factor. Hoe jonger het kind is wanneer de afwijking wordt vastgesteld, hoe
groter het risico op toename tijdens de groei. Ook bij meisjes die nog geen
menstruatie hebben, is de kans op toename veel groter dan bij jongens.
Behandeling
De
belangrijkste vraag is, of ingrijpen noodzakelijk is.
Als de kromming van de
ruggengraat niet te sterk is, is het voldoende om regelmatig te controleren hoe
de kromming zich ontwikkelt. De behandeling bestaat dan uit zorgvuldige
observatie. Oefentherapie is daarbij aanvullend, en gericht op het aanleren van
een juiste lichaamshouding, en het sterk houden van de
spieren, hetgeen het hele leven van groot belang blijft.
Bij milde tot matige vormen van scoliose (tussen 25° en 40°)
kan de rug ondersteund worden met een speciaal korset of brace die de rug in
een meer correcte houding dwingt en helpt vermijden dat de kromming nog verder
toeneemt. Deze brace moet dag en nacht gedragen worden tot aan het einde van de
groei (ong. 16 jaar bij meisjes en 18 jaar bij jongens). De enige momenten
waarop het uit mag is bij sportactiviteiten en het nemen van een bad.
Indien de scoliose ondanks alle maatregelen blijft toenemen
of de scoliose laat wordt ontdekt en reeds meer dan 40° à 50° bedraagt, zal eventueel een operatie worden overwogen.
De operatie bestaat uit het recht zetten van de rug met
behulp van metalen staven en vijzen waarmee een aantal wervels worden vastgezet.
De rug wordt hierdoor wat stijver, maar dit geeft zelden aanleiding tot problemen.
De metalen steunmiddelen blijven gewoonlijk voor de rest van het leven zitten,
maar ook daar heeft men zelden last van.
Copyright Pharmeon BV 2005