Sportblessures > Schouderinstabiliteit
Als
men spreekt over een instabiel schoudergewricht (glenohumerale gewricht), dan
bedoelt men een schouder waarbij de kop van de bovenarm tijdens het bewegen
niet mooi in het midden van de kom (glenoid) blijft zitten. In sommige gevallen
wordt die instabiliteit zo groot dat de kop van de bovenarm uit de kom gaat,
wanneer een bepaalde beweging wordt uitgevoerd. Dit is de zogenaamde luxatie of
ontwrichting van de schouder. Herhaaldelijke luxaties zijn niet alleen
vervelend, maar kan verdere schade toebrengen aan het schoudergewricht. Zo kan
een instabiliteit zorgen voor irritatie rondom de kop van alle weke delen (pezen, kapsel, banden,
labrum, en slijmbeurzen) die door het niet goed op de plaats blijven van de kop, worden
overbelast of ingeklemd. Vooral handelingen als gooien, werpen, slaan, reiken,
dus vrijwel alle sport activiteiten worden dan behoorlijk beperkt.
De
schouder bestaat uit drie botstukken: de bovenarm (humerus), het schouderblad
(scapula)
en het sleutelbeen (clavicula). Deze botstukken worden door gewrichtsbanden of
ligamenten met elkaar verbonden. Gewrichtsbanden zijn weke delen, structuren
die de botten met elkaar verbinden en de beweeglijkheid van de botstukken ten
opzichte van elkaar begeleiden en beperken.
Rondom
het schoudergewricht zit een waterdichte zak, het gewrichtskapsel genaamd. In
het gewrichtskapsel zit de vloeistof die het gewricht smeert. De wanden van het
gewrichtskapsel bestaan ook uit ligamenten, waardoor het kapsel extra
verstevigd is.
Dit
zorgt er echter niet voor dat de bewegingen van schouder niet soepel verlopen
over de hele bewegingsuitslag. Maar wanneer de schouder over de grens beweegt,
komen de ligamenten op spanning en stopt de beweging.

De
4 belangrijkste spieren van het schoudergewricht; de supraspinatus, de
infraspinatus, de subscapulairis en de teres minor samen genaamd de rotator
cuff spieren sturen de arm en houden samen met de ligamenten rondom het
schoudergewricht en het gewrichtskapsel, de kop van de bovenarm (humerus)
stevig in de kom van de schouder (glenoid) . Het glenoïd is namelijk erg plat
en ondiep.
Luxaties
ontstaan op het moment dat er een kracht van buiten de kracht van de rotator
cuff spieren en de ligamenten overwint. 97 van de 100 luxaties zijn naar voren,
dat betekent dat de humerus aan de voorzijde van de kom eruit schiet. Slechts 3
van de 100 schieten naar achteren. Soms komt de kop van de bovenarm niet
volledig uit de kom, dit noemt men een subluxatie.
Symptomen
Naarmate de instabiliteit toeneemt worden ook de symptomen en de ongemakken
duidelijker. Er treden freqwente subluxaties op van het gewricht, de schouder
voelt los aan en de kop van de bovenarm gaat in verschillende posities het
gewricht bijna verlaten.
Dit geeft een acute pijn sensatie in de schouder en gaat gepaard met een klik,
voelbaar en hoorbaar in de schouderstreek. De kop van de bovenarm springt dan
spontaan terug in het gewricht. Er ontstaat dan enige mate van pijn, die na een
paar uur weer wegtrekt.
Naarmate er meer subluxaties optreden, wordt de schouder steeds instabieler en
kunnen er echte luxaties gaan optreden. Wanneer de kop van de bovenarm helemaal
geluxeerd is, ziet de schouder er anders uit dan normaal en is zeer pijnlijk.
Bewegen is onmogelijk en zeer pijnlijk. Landurige luxaties kunnen ook de
zenuwen rond het schoudergewricht gaan beschadigen. Hierdoor zullen
verschillende spieren rondom de schouder verzwakken totdat de zenuwen weer
genezen zijn. De verzwakking is meestal tijdelijk.
Oorzaken
De
meeste kapselscheuren zijn het resultaat van een trauma aan de schouder. Voorbeelden
van een trauma zijn:
In
het geval van een directe trauma of overbelasting, wordt de schouder instabiel.
Het kapsel raakt uiteindelijk beschadigd door de extra bewegelijkheid van de
schouderkop ten opzichte van het glenoïd. Als de schouder erg instabiel wordt,
kan het gaan subluxeren of luxeren en een scheur van het kapsel veroorzaken.
Behandeling
Behandeling
van schouderinstabiliteit begint met een afgestemd fysiotherapeutisch
trainingsprogramma. De twee belangrijkste elementen voor de stabiliteit zijn de
ligamenten en de spieren rondom de schouder. Bij een tekort aan stabiliteit van
de ligamenten (kapsel) zullen de spieren (met name de rotator cuff) versterkt
moeten worden om dit verlies op te heffen. De training moet specifiek gericht
zijn op deze spieren. Behalve het trainen van de kracht van deze spieren zal de
coördinatie ook worden getraind. Het gaat er dan om dat de patiënt de
schouderspieren op het juiste moment kan aanspannen zodat er geen instabiliteit
optreed.
Als
de therapie er niet in slaagt om de spieren genoeg te versterken, omdat de
instabiliteit te groot is om dit te compenseren door middel van spierkracht,
kan een operatie uitkomst bieden. Er zijn vele manieren om de schouder te
opereren en de stabiliteit weer terug te krijgen. Bijna al deze operaties
proberen het kapsel strakker te maken. Tegenwoordig wordt er veel gebruik
gemaakt van de laser om het kapsel te verschrompelen. Meestal geschiedt dit aan
de voorzijde van het kapsel. Revalidatie na een operatie kan een langzaam
proces zijn. De patiënt zal gedurende enige maanden fysiotherapie moeten
hebben, voordat er volledig herstel optreedt. De schouder zo snel mogelijk weer
bewegen is een van de belangrijkste doelen. Dit moet echter wel in een
uitgebalanceerd revalidatieprogramma gedaan worden om het herstel van de
weefsels te waarborgen.
Copyright Pharmeon BV 2005