(‘pes
planus’)
De
voet bestaat uit vele kleine botjes die bij elkaar worden gehouden door sterke
bindweefselbanden.
De voetboog is pas op zevenjarige leeftijd volledig gevormd, dus de meeste
kleine kinderen hebben soepele platvoeten. Daar hebben zij meestal geen last
van.
Als iemand rechtop staat, zijn de tenen, de bal, de buitenkant van de voet en
de hiel in contact met de grond. Dit is te zien aan de afdruk van een blote
voet.
Het middelste deel van de voet maakt aan de binnenzijde een welving: de
voetboog of voetholte. De voetboog is het beste te zien als de voet wordt
opgetild.
We
maken onderscheid tussen de soepele of flexibele platvoet en de stugge
platvoet.
Het meest voorkomende type platvoet is
de soepele platvoet. Bij het staan verdwijnt de voetboog doordat de voeten
doorzakken. Wanneer echter de voet wordt opgetild wordt de voetboog
zichtbaar.
Symptomen
Soepele
platvoeten
De
meeste mensen met soepele platvoeten hebben geen klachten.
Mensen
met soepele platvoeten hebben de neiging bij het lopen de hele voet ineens op
te tillen, terwijl het normaal is eerst de hiel en dan pas de rest van de voet
op te tillen.
Een
mogelijke klacht is pijn in de voeten na langdurig staan; een pijn die bij
staan heviger is dan bij lopen of rennen.
Verder
kan er sprake zijn van pijn in de knieën of onder in de rug.
Stugge
platvoeten
Bij
stugge platvoeten is er een vergroeiing van de voetwortelbeentjes, hier hebben
de meeste mensen geen last van; soms ontdekken zij pas dat zij platvoeten
hebben als er om een andere reden een röntgenfoto van hun voeten wordt gemaakt.
Een
mogelijke klacht is pijn in de voet. Dit kan uitstralen naar de enkel en het
been.
Kinderen
met een congenitale verticale talus hebben soms een misvormde voetzool, waar in
plaats van een holle, juist een bolle voetwelving is te zien. Op latere
leeftijd krijgen zij moeite met lopen, een slechte balans en eeltplekken op hun
voeten.
Mogelijke klachten bij kleine
kinderen:
Oorzaken
Een
permanente platvoet wordt veroorzaakt door een afwijking in de structuur of de
ligging van de botjes in de voet en de voetboog. Een belangrijke rol speelt het
sprongbeen (de talus). Hieronder staan een aantal oorzaken beschreven:
Behandeling
Bij
kinderen met soepele platvoeten ontwikkelt zich over het algemeen mettertijd
een normale voetboog. Dit gebeurt meestal tussen het 7de 10de
levensjaar.
Een soepele platvoet heeft geen behandeling nodig. Bij pijnklachten kan een
steunzool van nut zijn.
Bij stugge platvoeten hangt de behandeling af van de oorzaak. Eventueel is
een operatie nodig om de afwijking te corrigeren, maar soms kan het gebruik
van steunzolen of tijdelijke immobilisatie (met een spalk of gipsverband)
voldoende zijn.
Bij een ontwrichting van het sprongbeen moet het bot weer op zijn plaats worden
gezet en daar is soms een operatie voor nodig.
Als u geen klachten heeft hoeft u niets te doen tegen platvoeten. Als er wel
(pijn)klachten ontstaan kunt u een arts raadplegen
en eventueel doorverwezen worden naar een voetspecialist (podotherapeut).