Sportblessures
> Lopersknie
Lopersknie (het iliotibiaal frictie syndroom)

Een klassieke loperblessure is de overbelasting van de
'Tractus Iliotibialis', een peesplaat aan de buitenzijde van het bovenbeen
(fig. 1). Deze blessure wordt wel de 'lopersknie' genoemd. Vlak boven de aanhechting van deze peesplaat aan het onderbeen kan de
pees "aanlopen" tegen een uitstekend "puntje" op het bot.
Als dat gedurende langere tijd voortduurt, gaat de boel irriteren en ontstaan
pijnklachten. De pijnklachten treden na enige tijd lopen op en
kunnen zo hevig worden dat het lopen moet worden gestaakt. Na het staken van
het lopen wordt de pijn snel weer minder.
Symptomen
De klacht uit zich in een zeurende of stekende pijn aan
de buitenkant van de knie die kan uitstralen naar knieholte of naar de buitenkant
van het onderbeen. De klacht kan zich manifesteren in drie stadia:
Stadium I: de pijn wordt gevoeld na de inspanning
Stadium II: de pijn treedt al tijdens de inspanning op
Stadium III: de pijn is constant aanwezig waardoor trainen niet meer mogelijk
is.
Oorzaken
Factoren die bijdragen aan deze typische
overbelastingsblessure voor lopers zijn:
- niet (of onvoldoende) uitvoeren van een warming-up;
- verkorte of stijve spieren. Dit kan voorkomen worden door het correct
uitvoeren van de rekoefeningen. Vooral de rekoefening voor de spier aan de
buitenzijde van het bovenbeen is belangrijk voor het voorkomen van deze
blessure;
- in een korte tijd te veel, te vaak en te snel lopen. Voornamelijk aan
het begin van het seizoen of na een blessureperiode wordt deze fout
gemaakt;
- eenzijdige trainingsvormen. Vooral heuveltraining en
sprongkrachttraining zijn berucht;
- op schuin aflopende weggetjes steeds aan dezelfde kant van de weg
lopen. De blessure treedt dan eerder op bij het been waarmee aan de
'aflopende' wegkant wordt gelopen;
- dragen van schoenen die aan de buitenzijde van de hak afgesleten of
ingezakt zijn.
Lopers zijn extra kwetsbaar als één van de volgende
(sportrelevante) afwijkingen aanwezig zijn:
- verkorte spieren aan de buitenzijde van het bovenbeen;
- 'O-benen';
- een naar buiten gekanteld hielbeen.
Wat kunt u er zelf aan doen om deze klachten te voorkomen?
Om deze knieblessure te
voorkomen, is het raadzaam om onderstaande preventietips op te volgen.
- Warming-up: Het is van belang vóór iedere training of wedstrijd
een goede warming-up van minstens 10 minuten uit te voeren om de spieren
beter te laten doorbloeden en soepeler te maken. Besteedt in deze
warming-up aandacht aan het uitvoeren van rekoefeningen.
- Goede trainingsopbouw: Zorg voor een goede trainingsopbouw. Voer de
omvang en de intensiteit van de trainingen geleidelijk op. Realiseer je
dat vooral lopen op schuine weggetjes belastend is. Moet je hier toch op
trainen, wissel de looprichting dan zoveel mogelijk af.
- Sportschoenen: Draag schoeisel dat niet overmatig aan de
buitenzijde van de hak afgesleten is. Daarnaast moet de schoen goed passen
bij je voetvorm en de wijze waarop je, je voet afwikkelt. Zo kan de
blessure optreden als lopers met een normaal afwikkelpatroon loopschoenen
dragen die gemaakt zijn om het overmatig naar binnen zakken van de voet
tijdens de afwikkeling (overpronatie) tegen te gaan. Bij een
beenlengteverschil van meer dan 1cm. kan worden overwogen om dit
beenlengteverschil (gedeeltelijk) te corrigeren, door een zooltje in of onder
de sportschoen.
- Cooling-down: Voer altijd een cooling-down uit. Een cooling-down
kan bestaan uit zo’n 5 minuten rustig uitlopen en het uitvoeren van
rekoefeningen. Hierbij is het uitvoeren van rekoefeningen voor de spieren
aan de buitenzijde van het bovenbeen belangrijk.
Wat kunt u er doen als deze blessure (toch) is ontstaan?
- Voer bovenstaande preventietips uit
- Pas de training aan: Vaak kan het tijdig aanpassen of stoppen van
belastende trainingsvormen al voldoende zijn om een beginnende peesblessure
te laten genezen. Blijf (zoveel mogelijk) in conditie, door aangepast te
trainen. Vaak blijkt lopen nog wel mogelijk, maar dan alleen op een
bepaalde snelheid of met een beperkte tijdsduur. Soms zal er echter voor
gekozen moeten worden om de conditie op peil te houden met alternatieve
trainingsvormen, zoals fietsen of aqua joggen.
- Koelen: Als de blessure in een beginstadium verkeert, koel
de pees dan na de training zo'n 10 tot 15 minuten met ijs. Het heeft de
voorkeur om de pees te koelen door over de pijnlijke plek met een smeltend
ijsblokje te wrijven. De pees kan ook gekoeld worden door er een coldpack
of een zakje met kapot geslagen ijsblokjes op te leggen. Zorg er dan wel
voor dat er bijvoorbeeld een theedoek tussen het ijs en de huid gelegd wordt
om huidbeschadiging door bevriezing te voorkomen. Herhaal dit koelen zo'n
drie tot vijf keer per dag. Ook als de blessure langer bestaat, kan het
nuttig blijven om de pees meerdere keren op een dag te koelen, vooral na
de training.
Behandeling van de fysiotherapeut
De (sport)fysiotherapeut kan de aandoening behandelen met
diepe dwarse fricties, massage van de omliggende spieren, ultrageluid, het
aanpassen van de trainingsbelasting en het opstellen van een gedoseerd
trainingsschema daarvoor. Het rekken van deze spier/ peesplaat is ook
belangrijk ter voorkoming van deze klacht, omdat de kans op deze blessure
groter is naarmate de spier korter en stijver is.
Copyright Pharmeon BV 2005
Naar boven