De
klompvoet (pes equinovarus)
is een aangeboren aandoening, de oorzaak van klompvoetjes is niet helemaal
duidelijk. In een vroeg stadium van de zwangerschap groeien bepaalde banden
en pezen niet mee met de rest van de voet. Het gevolg is dat deze banden en
pezen de voet in een afwijkende positie trekken. Ook de botten in de voet
raken hierdoor vervormd.
Een klompvoetje is een aangeboren
afwijking, die bij 1 op de 800 pasgeborenen voorkomt. Dat houdt in, dat er
per jaar in Nederland ca. 190 á 200 kinderen met klompvoetjes worden geboren,
tweemaal zoveel jongens als meisjes en jongens hebben vaker twee klompvoetjes.
Symptomen
Klompvoeten
zijn de algemene benaming voor aangeboren afwijkingen aan de enkel en de voet.
We kennen namelijk verschillende vormen:
(fig. 1)
de horrelvoet, (pes calcaneovarus). De voet
draait omhoog en naar binnen.
Klompvoet
kan zich voordoen aan één of beide voeten. De ernst en de aard van de misvorming
verschilt per kind. Lichte afwijkingen zijn over het algemeen goed te corrigeren
met behulp van een eenvoudige spalk. Soms wordt dit later gevolgd door een
operatie. Ernstige afwijkingen laten zich moeilijk corrigeren omdat de kuitspieren
klein en slecht ontwikkeld zijn.
Oorzaken
Behandeling
Hoe
een klompvoetje wordt behandeld, hangt af van de stijfheid en de mate van
eventuele misvorming van het gewricht. Een lichte afwijking is met fysiotherapie
te corrigeren. Hierbij worden het gewricht en de spieren opgerekt.
Bij echte misvormingen is
opereren soms noodzakelijk. De behandeling begint meteen in de eerste week
na de geboorte. De voet wordt een keer per week door een therapeut bewogen
en wordt tussen de behandelingen door met gips, een spalk of verband in
positie gehouden. (fig. 3) Het been wordt gespalkt met de knie in een hoek
van 90 graden zodat het kind de voet niet kan optrekken. Als de afwijking
op deze manier na drie maanden niet is verbeterd, kan een operatie nodig
zijn. De meeste chirurgen wachten echter liever tot het kind zes maanden
oud is. Als het kind ook andere handicaps heeft en het onduidelijk is of
het ooit in staat zal zijn om te lopen, kan de operatie nog langer uitgesteld
worden.
Na
de operatie volgt weer enige weken gips, tot het kindje zelf zijn voetje
omhoog en opzij kan draaien. Tot gemiddeld 3 á 4 jaar worden de voetjes
ingespalkt; in de begintijd dag en nacht. (fig. 4) Vanaf dat het kindje
gaat staan en lopen hoeft het alleen nog met slapen en eventueel in combinatie
met aangepaste schoentjes voor op de dag.
De
mogelijkheid bestaat dat de klompvoet, na aanvankelijke correctie, toch
terugkomt. Daarom is het van belang om het kind regelmatig te laten onderzoeken
zolang het nog in de groei is. De skeletgroei eindigt tussen het zestiende
en achttiende levensjaar.
Lichtere
vormen van klompvoeten kunnen goed en blijvend verholpen worden. Als de
diagnose vroeg is gesteld en onmiddellijk na de geboorte wordt begonnen
met de behandeling, is er geen blijvende functionele schade te verwachten.
In
extreme gevallen kunnen de misvormingverschijnselen terugkomen en wordt
opereren alsnog noodzakelijk. Veel artsen proberen te vermijden om kinderen
onder de vijf jaar te opereren.
Behandeling
van de fysiotherapeut
Bij
een lichte afwijking van een klompvoetje bestaat de behandeling van een
fysiotherapeut uit het oprekken van de kuitspieren.
Ook
na een operatie kan er fysiotherapie nodig zijn; de behandeling is dan vooral
gericht op het lopen, en het stimuleren daarvan.
Ook
kan er fysiotherapie nodig zijn als het kindje wat ouder is, omdat er dan
nog problemen kunnen zijn met het lopen.