Overige aandoeningen > Hernia
Hernia

Een
hernia (Hernia Nuclei Pulposi, HNP) is een uitstulping van de
tussenwervelschijf. Hernia betekent letterlijk 'breuk'. Bij een hernia in de
rug is de tussenwervelschijf van de wervelkolom beschadigd of gescheurd.
Deze tussenwervelschijf heeft een zachte kern, die door deze beschadiging
naar buiten wordt gedrukt en uitpuilt (fig.1).
Dat
is meestal op een plaats dicht bij een zenuw. De uitpuilende kern drukt dan tegen
de zenuw aan en dit kan klachten geven als hevige pijn in de rug of been,
eventueel met verschijnselen van uitval van de zenuw (doof gevoel,
krachtsvermindering) in het been. Meestal ontstaat een hernia in een van
de onderste drie wervels in de rug. De meeste mensen die last hebben van
een hernia zijn tussen de 20 en 40 jaar oud.
Symptomen
Een
hernia geeft zelden pijn laag
in de rug en altijd in één van
de benen, meestal de zij- of achterkant, en van de bil tot in het onderbeen,
zelfs tot in de voet of tenen. Lang niet iedereen met een hernia heeft dus
rugpijn. Soms hebben mensen wel aanvallen van rugpijn gehad, vóórdat er
klachten in het been ontstonden.
De pijn kan verergeren bij hoesten, niezen, persen (toilet), iets zwaars tillen
of bij bepaalde bewegingen. Door de pijn worden de bewegingen belemmerd en
raakt de lichaamshouding vaak verstoord. Vaak is er de neiging zijwaarts over
te hellen naar het been dat geen pijn doet.
Er kunnen ook andere klachten zijn, zoals prikkelingen/tintelingen of juist een
doof gevoel in het been en de voet. Soms is er krachtsverlies of een lichte
verlamming waardoor het voor de patiënt niet mogelijk is de grote teen goed te
bewegen. Als de zenuw te lang bekneld zit kan de patiënt tijdelijk last
hebben van verlammingsverschijnselen of problemen krijgen met het plassen
of de stoelgang.
Oorzaken
Een
hernia kan zich op twee manieren vormen.
Een
acute aandoening kan ontstaan onder meer door plotseling te draaien, in een
onjuiste houding te tillen, een schok, een val of zelfs door te hard niesen.
De acute aandoening uit zich dan doorgaans onmiddellijk als een scherpe, plaatselijke
pijn die ook naar de benen kan uitstralen. Die pijn gaat soms gepaard met
plaatselijke spierkrampen die de natuurlijke kromming van de rug kunnen
wijzigen. Een slijtage of chronische aandoening kan te wijten zijn aan verschillende
factoren zoals het steeds opnieuw geblokkeerd raken van een wervel, een
gebrekkige houding, zwaarlijvigheid, foutieve rugoefeningen, verkeerde voeding
en het verouderingsproces waardoor de tussenwervelschijf zijn sterkte en
vitaliteit verliest. Degeneratieverschijnselen zijn niet alleen ouderen
voorbehouden. Ook bij jonge mensen kunnen deze verschijnselen door kleine
blessures optreden. Kortom, een chronische aandoening of degeneratie ontstaat
vaak door een (langdurige) verkeerde belasting van de rug. Chronische pijn die
dus het gevolg is van degeneratie, is gewoonlijk minder scherp en hevig dan bij
een acute aandoening. Vaak zal chronische pijn als een doffe pijn aanvoelen die
gepaard gaat met een stijfheid die langzaam erger wordt. Een acute aandoening
kan chronisch worden, wanneer de acute aandoening niet direct behandeld wordt.
Omgekeerd kan een chronische aandoening aanleiding zijn tot een acute aanval,
omdat de spieren, banden en pezen rondom de beschadigde tussenwervelschijf niet
genoeg steun kunnen bieden.
Hoe kunt u een hernia voorkomen?
U kunt een hernia voorkomen door:
Wat kan men
er zelf aan doen?
Probeer
zoveel mogelijk gewoon te blijven bewegen en door te gaan met uw dagelijkse
activiteiten. Maar vermijd houdingen en bewegingen die hevige pijn veroorzaken
of de rug belasten. Kies de minst pijnlijke houding als u gaat liggen,
bijvoorbeeld op uw rug met een paar kussens onder uw knieën, of op uw zij met
half opgetrokken benen. Wanneer u van houding verandert, let er dan op dat u uw
boven- en onderlichaam in één keer draait.
Om
uit bed te komen, gaat u eerst op uw zij liggen. Steek uw benen over de rand
van het bed en druk uzelf met beide armen omhoog. Als u gaat liggen maakt u
dezelfde beweging in omgekeerde volgorde.
Als
liggen de minst pijnlijke houding is, kunt u voor korte tijd bedrust nemen.
Maar probeer er wel af en toe uit te komen. Dagenlang alsmaar in bed liggen is
niet zinvol. Door bedrust verzwakken uw spieren en dat vertraagt het herstel.
Probeer
daarom, zodra bewegen geen heftige pijn meer veroorzaakt, weer in beweging te
komen en uw activiteiten geleidelijk op te pakken. Als u dit niet goed lukt,
kan een fysiotherapeut u hierbij begeleiden.
Algemene behandeling
Een
herniaoperatie gebeurt onder volledige narcose. Hierbij wordt de beschadigde
tussenwervelschijf zoveel mogelijk verwijderd. De beknelde zenuw, die de
klachten veroorzaakte, krijgt dan weer voldoende ruimte. Na de operatie
ontstaat tussen de beide wervels een litteken - het is dus niet zo dat de
wervels direct op elkaar komen te zitten. Na de operatie wordt de patiënt
verder behandeld door de fysiotherapeut. Deze doet oefeningen om de rug weer
belastbaar te maken en de patiënt op de been te krijgen. Als de patiënt na
ongeveer een week wordt ontslagen uit het ziekenhuis wordt de fysiotherapie
thuis of poliklinisch voortgezet. Afhankelijk van de snelheid van het herstel
mag de belasting geleidelijk aan weer worden opgevoerd. Voor hernia's in de
onderrug bestaat tegenwoordig ook een operatietechniek waarbij met een
microscoop wordt gewerkt. Via een klein sneetje wordt een buisje naar binnen
geschoven. Via dit buisje wordt het weefsel dat de zenuwbeknelling veroorzaakt
weggehaald. De operatie via deze techniek is wel ingewikkelder en duurt daarom
wat langer. Door de kleinere operatiewond kan de patiënt echter veel sneller
herstellen. Als alles goed gaat kan hij vaak zelfs na een dag het ziekenhuis
weer verlaten. Ook hier geldt dat begeleiding door de fysiotherapeut gegeven
wordt en de belasting geleidelijk aan weer mag worden opgevoerd.
De behandeling
van de fysiotherapeut
De
fysiotherapie bij een hernia patiënt is voornamelijk gericht op het sterker
maken van de rug. Dit kan doormiddel van spierversterkende oefeningen die
de patiënt zelf kan uitvoeren. Daarnaast is het ook van belang onder begeleiding
van de fysiotherapeut meer specifieke oefeningen voor de rug te doen m.b.v.
bijvoorbeeld fitnessapparatuur. Hierdoor neemt de belastbaarheid van de rug
steeds meer toe. Het is belangrijk dit te blijven onderhouden, ook wanneer
er geen klachten zijn. De therapie gaat tevens gepaard met adviezen over hoe
de patiënt in het vervolg het beste met zijn rug om kan gaan. Dit houdt in
dat de patiënt advies krijgt over de manier van zitten, staan, tillen en hoe
hij of zij zo goed en verantwoord mogelijk zijn werk kan uitvoeren.
Copyright Pharmeon BV 2005