Orthopedisch > Dynamic Hip Screw
Dynamic Hip Screw (DHS)
Een dynamic hip
screw of DHS wordt geplaatst bij een bepaald type heupfracturen, wanneer het
dijbeen breekt op het brede deel vlak voor de dijbeenhals. Het gaat dan om de
volgende fracturen; dijbeenhals- breuk (collumfractuur), breuken door de
verdikkingen (pertrochantere fracturen) en breuken direct onder de verdikkingen
(subtrochantere fracturen).
Een DHS wordt het
meest geplaatst bij ouderen, alleen bij een dijbeenhals-breuk wordt er bij
kinderen een DHS aangebracht.
Een DHS bestaat
uit twee componenten. Een stevige schroef die vanaf de zijkant van de heup
wordt ingebracht en een plaatje die aan het dijbeen wordt vastgemaakt. De
schroef en het plaatje zijn met elkaar verbonden. (fig. 1) Het voordeel hiervan
is dat heup in alle richtingen mag worden gebogen en dat er weinig
luxatie-gevaar is zoals bij een totale heupprothese. Een nadeel van een DHS is
dat het niet volledig mag worden belast waardoor het herstel langer duurt.

Symptomen
Oorzaken
Heupfracturen
zijn een van de meest voorkomende traumatische letsels bij oudere mensen.
Fracturen bij ouderen kunnen het gevolg zijn van binnenuit het lichaam
(intrinsieke) en van buitenaf het lichaam (extrinsieke) factoren. Intrinsieke
factoren zijn de kwaliteit van het bot, zoals osteoporose en stressfracturen.
Extrinsieke factoren behelzen een groot aantal gebeurtenissen, waaronder het
struikelen, een ongeluk of vallen etc.
Behandeling
Operatietechnieken bij een dijbeenhalsfractuur
Operatietechnieken bij een pertrochantere fractuur
Bij een fractuur van het bovenste gedeelte van het dijbeen
worden de botdelen vastgezet met behulp van een metalen plaat en
schroeven. Nadeel van deze techniek is dat vaak niet volledig belast mag
worden, wat voor oudere mensen erg moeilijk is. Daarom worden steeds
steviger fixatiemethoden bedacht met pennen die in het bot worden
geschoven en dan worden vastgeschroefd. Deze onderdelen houden het
gebroken bot op de juiste plaats, terwijl de dijbeenkop normaal kan
bewegen in de heupkom.
Operatietechnieken bij een subtrochantere fractuur
Behandeling van de
fysiotherapeut
De patiënt blijft
ongeveer 2 weken in het ziekenhuis. Zodat de operatiewond goed kan genezen en
is het acute van de medische situatie voorbij. In het ziekenhuis wordt er al
gekeken of de patiënt terug naar huis toe kan. In deze twee weken wordt de
patiënt aangeleerd om te lopen met een loophulpmiddel (elleboogkrukken,
rollator, etc.). De patiënt moet tot zes weken na de operatie blijven lopen met
een loophulpmiddel en zal onder begeleiding van een fysiotherapeut langzaam
worden afgebouwd.
Verder kan er
sprake zijn van krachtverlies in de spieren rondom het heupgewricht. De
fysiotherapeut is er dan op gericht om met specifieke oefeningen de spierkracht
te verbeteren. Dit moet onder begeleiding van een fysiotherapeut omdat er nog
niet 100% mag worden belast.
Ook kan de
mobiliteit in de heup zijn verslechterd en kan middels actieve en passieve
oefeningen worden verbeterd, wederom moet dit onder begeleiding van een
fysiotherapeut.
Daarnaast kan er
gewerkt worden aan de algehele conditie van de patiënt. Doordat de patiënt
minstens twee weken in het ziekenhuis moet liggen kan deze achteruit gaan. Met
bepaalde oefeningen zoals fietsen kan de conditie worden verbeterd, maar ook
hier moet de belastingen van het geopereerde been in de gaten worden gehouden.
Voor ontslag uit
het ziekenhuis moet er gekeken worden of de patiënt in staat is om zich thuis
met enige hulp van bijv. vrienden, familie of de thuiszorg kan redden. Is
dit niet het geval dan kan de patiënt naar een revalidatiecentrum of verpleeghuis
om verder te revalideren en de dingen aan te leren om uiteindelijk toch terug
te gaan naar huis.