Complex
regionaal pijnsyndroom (CRPS)
CRPS kan zich op iedere leeftijd
voordoen, maar komt het meest voor bij mensen tussen de 40 en 60 jaar. Het
aantal gevallen onder tieners en jongvolwassenen neemt echter toe. Pijn is het
meest voorkomende verschijnsel. Vaak is die veel ernstiger dan op grond van het
letsel te verwachten valt. De aangedane plek is vrijwel altijd uiterst gevoelig
voor aanraking, zelfs voor een lichte streling. Met de tijd wordt de pijn
heviger in plaats van minder. Mensen kunnen gefrustreerd en terneergeslagen
raken, omdat zij niet begrijpen waar de pijn vandaan komt. Verder kunnen de
kleur en de temperatuur van de aangedane plek afwijken van die van het
omringende gezonde weefsel. Dergelijke afwijkingen dikwijls sterk in de tijd:
de huid op de plek van het oorspronkelijke letsel kan eerst warm en helderrood
worden en later juist koel en blauwachtig. De plek is vaak opgezet. Als er geen
genezing optreedt, kan er na enige tijd plaatselijk spierslapte optreden en dit
leidt dan weer tot problemen met bewegen. Uiteindelijk worden de gewrichten
stijf en vindt afbraak van huid, spieren en botten plaats. Dit kan leiden tot
chronische invaliditeit en amputatie.
CRPS
tast meestal een hand, pols, voet, enkel of knie aan. Soms is een arm of been
in zijn geheel aangedaan. Bij een arm betekent dit dat de pijn zich uitstrekt
van de schouder tot de pols. Het komt vrij zelden voor dat mensen die in een
arm of been CRPS hebben gehad, dit ook in de andere arm of het andere been
krijgen. Er word een onderscheid gemaakt tussen CRPS zonder zenuwschade, dit
wordt CRPS (type)1 genoemd. En CRPS dat wel schade aan de zenuw als gevolg
heeft, dit wordt CRPS (type)2 genoemd.
Symptomen:
CRPS
is ook in te delen in verschillende fases, elke fase heeft zijn eigen specifieke
symptomen. Elke fase geeft een beeld van het stadium en tijdsbestek waarin de
ziekte zich bevind.
Er
is geen diagnostische test voor het vaststellen van CRPS. Op een röntgenfoto is
soms te zien dat het bot plaatselijk dun is, maar dat kan ook in algemene zin
duiden op osteoporose.
Criteria
voor CRPS type I
1) Aanwezigheid van een uitlokkend
letsel of een oorzaak van immobilisatie.
2) Continue pijn, allodynie (pijn als gevolg van een prikkel die normaal niet
als pijn ervaren wordt) of hyperalgesie (toegenomen pijn bij pijnlijke prikkel,
waarbij de pijn niet in verhouding staat tot de uitlokkende oorzaak).
3) Aanwijzingen in de loop van de aandoening voor oedeem(vochtophoping),
veranderingen in bloeddoorstroming van de huid of abnormaal zweten in het
pijnlijke gebied. (fig. 1)
4) Deze verschijnselen zijn niet te verklaren door een andere aandoening die
verantwoordelijk kan zijn voor deze pijn en disfunctie.
Aan criteria 2 tot en met 4 moet voldaan
zijn.
Oorzaken:
In
de literatuur worden een aantal factoren genoemd, die de kans op het krijgen
van een CRPS verhogen. Allereerst dient genoemd te worden, dat een nog
aanwezige irritatie in de weefsels van de aangedane extremiteit, zoals een niet
genezende fractuur, ingebrachte lichaamsvreemde materialen, uitgebreide
weke delen letsels of een beschadigde zenuw, dusdanige schadelijke prikkels
naar het zenuwstelsel stuurt, dat het regelmechanisme voor de genezing
wordt verstoord en een CRPS kan ontstaan. Ook kan het tevoren al bestaan van
pijn in de wervelkolom van de nek of de lage rug (bijvoorbeeld door slijtage),
interne ziekten, vooral waarbij sprake is van een abnormale regulatie van de
bloeddoorstroming zoals suikerziekte, maar ook bepaalde vormen van kanker en
roken mogelijk het ontstaan van een CRPS in de hand werken. CRPS komt bij
vrouwen drie keer zo vaak voor als bij mannen. Het is echter niet bekend waarom
sommige mensen onder bepaalde omstandigheden CRPS ontwikkelen als complicatie
van een breuk of kneuzing en andere onder dezelfde omstandigheden restloos
genezen.
Behandeling:
Vanwege
de complexiteit is een multidisciplinaire behandeling aan te raden. Bij
voorkeur door een team met een chirurg, anesthesist, neuroloog, orthopeed,
revalidatiearts, fysiotherapeut en/of ergotherapeut.
De fysiotherapeutische
behandelingen
Het herwinnen
van de normale functies van de voet of hand moet de primaire doelstelling
zijn. Bij niet lang bestaande CRPS is dat dikwijls haalbaar. Maar in de latere
fasen van de aandoening wordt zelden een volledig herstel gehaald. Toch is
revalidatie aangewezen om de functionele mogelijkheden in de mate van het
mogelijke te herwinnen, de sociale reïntegratie te bespoedigen, de zelfredzaamheid
te bevorderen, de arbeidsmogelijkheden, zonodig in een aangepast werk, uit
te breiden. Het is belangrijk de patiënt zelf bij deze revalidatie te betrekken,
daar actieve oefentherapie hoe dan ook noodzakelijk is. Dikwijls wordt hierbij
het principe van 'oefenen onder de pijngrens' toegepast, hoewel dit een moeilijk
criterium is. Vooral in de eerste fase van de aandoening kan te fors oefenen
de symptomen doen opflakkeren; in de latere fasen is dit risico weliswaar
geringer. Een beter criterium voor de oefentherapie is dat iedere oefentherapie
waarbij de patiënt vooruitgang maakt, goede therapie is. Omdat dit pas na
de therapie te checken is, is de enige mogelijkheid om de intensiteit en de
efficiëntie van de oefentherapie na te gaan door goede begeleiding en frequente
controles.